Burundi

Sociale structuren versterken om kinderen te beschermen en hen te helpen bouwen aan hun toekomst

Cijfers op een rij

  • Bevolking: 11,6 miljoen
  • Kinderen en jongeren onder 18: 5,9 miljoen (50,4%)
  • Mensen in nood: 1,77 miljoen
  • Aantal projecten van War Child in 2019: een
  • Aantal partners dat onze projecten financiert: een
  • Aantal deelnemende volwassenen: 3.000

Situatie in Burundi

Ondanks een vooruitgang is de situatie in Burundi nog steeds wankel. Het blijft het op vier na armste Afrikaanse land: 80 procent van de bevolking leeft in armoede. Dat is de erfenis van de burgeroorlog die in 1993 uitbarstte tussen twee etnische groepen – de Hutu’s en Tutsi’s. In dertien jaar tijd werden 300.000 mensen vermoord. Honderdduizenden sloegen op de vlucht in eigen land, of zochten hun heil in buurlanden zoals Tanzania.

In de afgelopen tien jaar is ruim een half miljoen vluchtelingen teruggekeerd naar Burundi, maar hun thuiskomst ging niet zonder slag of stoot. Veel van deze terugkerende Burundezen waren lang weg; zij komen terug naar een klein land waar regelmatig natuurrampen voorkomen en weinig infrastructuur is. Er heerst hoge werkloosheid. Terugkeerders moeten met andere bewoners concurreren om de beperkte grond en - middelen.

In april 2015 brak er nieuw geweld uit. Ruim 500 mensen werden vermoord en velen sloegen (opnieuw) op de vlucht. In 2018 - na overeenkomst tussen de regering van Burundi, de regering van Tanzania en de vluchtelingenraad van de Verenigde Naties (UNHCR) – werden 67.000 Burundese vluchtelingen (waarvan meer dan de helft kinderen) verwelkomd in verschillende provincies in hun thuisland. De verwachting is dat eind 2019 nog eens 120.000 vluchtelingen zullen terugkeren.

Naast ‘eigen’ vluchtelingen wonen er in Burundi duizenden vluchtelingen uit buurlanden - vooral vrouwen en kinderen. Het land herbergt zo’n 77.000 Congolese vluchtelingen, van wie de meesten het gewapende conflict in de provincie Kivu zijn ontvlucht. We verwachten dat dit aantal dit jaar zal stijgen tot ruim 90.000. Verder blijft in Burundi het risico bestaan voor het uitbreken van een ebola-epidemie. De besmettelijke ziekte is uitgebroken in het aangrenzende Congo, waar onvoldoende capaciteit is om de uitbraak te stoppen.

Burundi kinderen klaslokaal school War Child

Kinderen krijgen onderwijs, bescherming en psychosociale steun

Foto: Jeppe Schilder

Situatie van kinderen

Meer dan de helft van alle vluchtelingen in Burundi (50,4%) is jonger dan 18 jaar. Velen van hen zijn gescheiden van hun ouders en verzorgers. Zij kunnen niet anders dan in hun eentje op zoek gaan naar veiligheid. Deze groep is zeer kwetsbaar – voor hen is met name de dreiging van seksueel geweld groot.

Ongeveer 60 procent van de 130.000 binnenlandse vluchtelingen in Burundi is kind. Zij lopen het risico misbruikt, verwaarloosd en uitgebuit te worden. Voor Burundese kinderen is het gevaar nog lang niet geweken: zij lopen kans op lichamelijke verwondingen – soms zelfs fataal - en om gedwongen te moeten werken.

Wat wij doen

Sinds 2008 is War Child actief in verschillende gebieden in Burundi. Wij werken er samen met nationale organisaties. In 2011 zetten wij programma’s op voor psychosociale steun, onderwijs en bescherming. Door het stimuleren van bescherming van kinderen – vanuit de gemeenschap – geven wij hen de kans om in veiligheid op te groeien.

Op onze kindvriendelijke veilige plekken kunnen kinderen hun ervaringen verwerken, vertrouwen in zichzelf en hun omgeving opbouwen en werken aan een betere toekomst. Voor zichzelf en hun gemeenschap.

Uitgelicht project

Ntambutsa

Met ons project in Burundi bieden wij in samenwerking met UNICEF onderwijs, bescherming en psychosociale ondersteuning aan meer dan 51.000 mensen in vijf gebieden in West-Burundi. De overgrote meerderheid van de deelnemers aan ons project (94,4%) is kind.

Het project is gericht op de meest kwetsbaren: kinderen die op de vlucht zijn, kinderen die teruggekeerd zijn maar het nog steeds moeilijk hebben, gevluchte kinderen uit andere landen, straatkinderen en kinderen die niet naar school kunnen. Velen hebben te maken gehad met geweld – ook thuis, en ervaren met psychologisch en seksueel misbruik en uitbuiting binnen hun gemeenschap.

Met ons programma helpen wij kinderen weer naar school gaan, door met lokale onderwijzers te werken aan hun ontwikkeling. Wij leren hen wat positieve discipline inhoudt. Ook zorgen wij ervoor dat kinderen psychosociale ondersteuning krijgen, stimuleren wij hun veerkracht en versterken wij de bescherming en sociale integratie van kinderen.

Burundi kinderen ballonnen opblazen blij

Wij helpen kinderen in Burundi weer spelen en leren

Foto: Jeppe Schilder

Verhalen van kinderen

Jany kan eindelijk weer naar school

Jany (9) uit de provincie Rumonge is de negende van tien kinderen. Als gevolg van zijn lichamelijke handicap kon hij nooit naar school. Een groot deel van zijn leven moest hij alleen thuis doorbrengen. Zorgen voor hem voelt voor zijn moeder vaak als een last en zijn vader noemt hem een ‘goddelijke vloek’.

Wij vinden dat alle kinderen een onbezorgde jeugd verdienen, waarin zij kunnen spelen en leren. Daarom stelden wij Jany’s ouders voor om hem mee te laten doen aan de activiteiten op één van onze veilige plekken in Rumonge. Ze gingen akkoord. Vervolgens brachten wij het gezin verschillende bezoeken, om hen psychosociale ondersteuning te bieden en de mogelijkheid te bespreken om Jany mee te laten draaien in het reguliere schoolsysteem.

“Ik had me nooit kunnen voorstellen dat mijn kind ooit zou kunnen studeren! Ik ben zo blij dat hij nu naar school kan."
Moeder van Jany (9) uit Burundi

Jany’s leven veranderde compleet. Sinds de interventie gaan zijn ouders met hem mee naar onze veilige plek, waar de drie samen met andere kinderen en ouders meedoen aan onze groepsactiviteiten. Ook mag Jany tegenwoordig mee naar de kerk en feestelijke gelegenheden.

Jany is niet langer geïsoleerd. Hij heeft zich onlangs ingeschreven voor de basisschool. Zijn moeder ondersteunt inmiddels het lokale comité voor kinderbescherming door andere ouders van kinderen met vergelijkbare handicaps te adviseren. Jany’s moeder: “Ik had me nooit kunnen voorstellen dat mijn kind ooit zou kunnen studeren! Ik ben zo blij dat hij nu naar school kan.”