Nina (14), politiek vluchteling uit Burundi

Nina (14) vluchtte anderhalf jaar geleden met haar moeder vanuit Burundi naar DR Congo. Toen de oorlog in haar thuisland uitbrak werd al snel duidelijk dat het haar gezin er niet meer veilig was.
“Mijn vader werd gezocht door de rebellen, om iets politieks. Ze wilden hem vermoorden. We moesten heel snel onze spullen pakken en alles achterlaten."
Nina
Meisje met haar moeder gevlucht uit Burundi

De Burundese Nina was niet meer veilig in haar thuisland en vluchtte met haar moeder naar DR Congo.

Foto: Jeppe Schilder

Vluchten voor een veilig bestaan

Toen de rebellen Nina’s vader uiteindelijk toch vonden, namen ze hem mee. “Ik weet tot op de dag van vandaag niet waar hij is. Nadat mijn vader werd meegenomen, besloot mijn moeder dat we naar DR Congo moesten vluchten.” De vlucht was lang en zwaar. “We moesten door water heen. Het was heel eng. Een paar keer zagen we de mannen die mijn vader hadden meegenomen en moesten we ons voor hen verstoppen.”

Eenmaal aangekomen in het vluchtelingenkamp in Congo, moest Nina’s moeder van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat werken zodat ze genoeg eten hadden. Uiteindelijk bracht de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, hen naar een veilige plek in oost-Congo.

Drawing, sitting on the ground

Wij helpen kinderen zoals Nina omgaan met stress, zo werken we samen aan het hervinden van hun zelfvertrouwen.

Foto: War Child

Tekeningen met stiften

Hoe eerder wij kinderen zoals Nina kunnen helpen, hoe beter. Alleen zo kunnen we verdere schade door oorlog en vluchten voorkomen.

Foto: War Child

Herinneringen van haar vader

Zodra Nina begint te vertellen over haar vader, moet ze huilen. “Ik denk heel veel aan mijn vader. De mensen die hem hebben meegenomen zijn slecht. Toen mijn vader nog bij ons was, zorgde hij goed voor ons. Hij bracht altijd kleding mee, boeken, pennen en schoenen voor school.”

Ondanks dat Nina en haar moeder alles en iedereen in Burundi hebben achtergelaten, voelt Nina zich niet alleen. “De mensen die ik hier heb leren kennen zijn nu mijn familie. Ik wil hier blijven, want in Burundi ben ik niet veilig. Daar hebben we vijanden.”

“Ik ben bang dat als we teruggaan, dat ze ons ook gaan vermoorden, net zoals mijn vader."
Nina

War Child’s I Deal-sessies

Het kamp waar Nina en haar moeder wonen is één van de vele plekken waar wij kinderen uit conflictgebieden psychosociale steun bieden met ons I DEAL-programma. Hier helpen wij de kinderen omgaan met stress, en werken we samen aan het hervinden van hun zelfvertrouwen. Hoe eerder wij kinderen zoals Nina kunnen helpen, hoe beter. Alleen zo kunnen we verdere schade door oorlog en vluchten voorkomen.

Nina vertelt dat ze in oost-Congo al veel nieuwe vrienden heeft gemaakt. “Ik heb ze allemaal ontmoet tijdens de War Child-sessies. We doen veel spelen en lachen veel samen. Dat maakt mij blij. Mijn favoriete spel is ‘boom-chicka-boom’, een heel leuk liedje. Ook leren we veel nieuwe dingen en praten we over wat er gebeurd is.”

Meisje gevlucht van Burundi naar DR Congo, met schoolmap

Nina leert in onze programma's hoe ze haar verleden een plek kan geven - zodat ze weer vooruit kan kijken naar de toekomst.

Foto: War Child

Verleden een plek geven en vooruit kijken

Nina legt uit dat veel andere kinderen in haar groep, net zoals zij, zijn gevlucht uit Burundi. “We delen onze verhalen met elkaar. De verhalen maken mij verdrietig. Maar bij War Child vertellen ze ons ook mooie verhalen en helpen ons blij worden. Ze helpen mij vergeten wat er gebeurd is. Ik vind het heel leuk bij War Child en ik wil er nooit weg.”

I Deal is veel meer dan slechts een welkome afleiding voor de kinderen. Nina heeft - net zoals vele leeftijdsgenootjes - nare dingen gezien en meegemaakt, dingen die zij niet gemakkelijk kan verwerken. De psychische schade die zij als gevolg van de oorlog heeft geleden, is als een onzichtbare wond die geheeld moet worden.

Ons I Deal-programma helpt kinderen hun verleden een plek te geven - en vooruit kijken naar de toekomst. Nina gaat inmiddels weer naar school en weet al precies wat ze later wil worden. “Verpleegster. Dan kan ik zieke mensen helpen genezen. Ik wil andere mensen helpen beter worden.”

In de Democratische Republiek Congo (DR Congo) speelt zich al jaren een menselijke tragedie af. Er is sprake van een giftige cocktail van politieke onrust, economische tegenslag en aanhoudend geweld. In 2017 raakten 1,7 miljoen Congolezen ontheemd door de strijd tussen leger, gewapende milities en rebellengroepen. Voor getraumatiseerde kinderen als Nina komen zes hulporganisaties, verenigd in de Dutch Relief Alliance, in actie. World Vision, CARE, Red een Kind, Stichting Vluchteling, Tear en War Child bieden sinds maart 2018 levensreddende hulp aan 200.000 Congolezen in de provincies Zuid-Kivu, Tanganyika en Kasai. De Nederlandse overheid heeft voor de activiteiten, waaronder voedselhulp, toegang tot schoon drinkwater en psychosociale hulp meer dan 3,4 miljoen euro ter beschikking gesteld aan de Dutch Relief Alliance.