Sabrins vlucht van Soedan naar Oeganda: ‘Ik ben alles kwijtgeraakt’

2 oktober 2026

Sabrin
Nadat haar man, ouders en andere familieleden door de oorlog om het leven kwamen, vluchtte Sabrin met haar vijf kinderen uit Soedan. Ze maakte een gevaarlijke reis naar Oeganda, op zoek naar veiligheid voor haar gezin. Nu probeert ze daar samen met haar kinderen een nieuw leven op te bouwen.

Soedan heeft de grootste vluchtelingencrisis ter wereld. Sinds april 2023 zijn meer dan 13 miljoen mensen op de vlucht geslagen voor het geweld. Meer dan 90.000 mensen zijn naar Oeganda gevlucht. 71 procent van hen is vrouw of kind.

Toen Sabrin Soedan verliet, wist ze niet wat haar te wachten stond. Ze wist alleen dat ze haar kinderen in veiligheid wilde brengen. Sabrin: “Vroeger was het leven in Soedan goed. Ik had vrienden en ging naar feestjes. De kinderopvang was open en mijn kinderen gingen naar school. Voor de oorlog leefde mijn hele familie nog. We woonden in huizen, niet in tenten. Nu ben ik alles kwijtgeraakt. Ik verloor mijn ouders, mijn man, mijn zussen en mijn broers. Een granaat trof mijn ouders en mijn man. Ook andere familieleden werden beschoten en gedood. Ik besloot dat ik Soedan moest verlaten om een veilige plek te vinden.”

Een lange reis

De reis naar Oeganda was zwaar. Een deel van de route legde Sabrin met haar kinderen per boot af. Vier dagen lang hadden ze nauwelijks eten en water. Ze hadden geen toilet en moesten zich beschermen tegen de regen en hagel. "We moesten een zeil over ons heen trekken en het was ontzettend koud. Mijn baby had ook diarree. Het was een verschrikkelijke reis.”

Na vijf dagen bereikten Sabrin en haar kinderen Malakal in Zuid-Soedan. Ook daar hadden ze geen plek om te slapen. Mensen sliepen buiten, in de regen en tussen de slangen. “Sommige mensen gooiden na het eten hun restjes eten weg. Ik verzamelde die en gaf het aan mijn kinderen.”

Een week later reisden ze verder naar Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. Daar sliepen ze nachtenlang op de luchthaven. Sabrin bedelde om eten voor haar kinderen. Daarna staken ze de grens met Oeganda over. Uiteindelijk kwamen ze aan in het vluchtelingenopvangcentrum in Numanzi. “Toen ik bij het opvangcentrum aankwam, zei ik: ‘Ik ben een vluchteling. Ik kom uit Soedan, ik heb niemand en ik weet niet wat ik moet doen.’ Ze zeiden dat ik op de juiste plek was en dat ze me zouden helpen.”

In het opvangcentrum kreeg het gezin eten, onderdak en melk voor Sabrins jongste dochter. Een maand later verhuisden ze naar Kiryandongo, een plek waar veel vluchtelingen worden opgevangen.

Opnieuw beginnen

In Kiryandongo wonen meer dan 160.000 vluchtelingen. War Child werkt er samen met de lokale partner Uganda Refugee and Disaster Management Council (URDMC) om gezinnen te ondersteunen.

Bij aankomst brengen Protection Officers van War Child en URDMC samen met gezinnen in kaart wat zij nodig hebben. Ze bieden directe hulp en verwijzen mensen door naar gespecialiseerde hulpverlening als dat nodig is. Ook daarna blijven ze gezinnen volgen en ondersteunen.

Carol, de Protection Officer van Sabrin, regelde noodhulp in de vorm van contant geld. Daarmee kon Sabrin eten, kookgerei, kleding en dekens kopen. Ook zag Carol dat Sabrin veel stress en traumaklachten had. Ze verwees haar door voor mentale hulp.  “Ze gaven ons wat geld, eten en een stuk zeil dat we gebruikten om een hut te bouwen. Met het geld konden we spullen kopen. Carol gaf me ook een lamp op zonne-energie. Dat heeft me enorm geholpen.”

Sabrin kreeg drie maanden psychosociale ondersteuning. Ze leerde omgaan met stress en met wat ze had meegemaakt. Ook kreeg ze handvatten voor het contact met haar kinderen en met de mensen om haar heen. “Ik was depressief en verdrietig. Ze leerden me hoe ik met mijn kinderen moest omgaan, hoe ik met mijn buren moest omgaan en hoe ik met mezelf moest omgaan. Voor deze ondersteuning leefde ik heel pessimistisch. Nu leef ik optimistischer."

‘Wanneer komt papa terug?’

De oorlog is nog altijd voelbaar in het gezin. Sabrins kinderen missen hun vader en hun leven van vroeger. “Ze vragen: ‘Mama, wanneer gaan we terug? Wanneer kunnen we weer spelen zoals vroeger? Wanneer eten we weer zoals vroeger?’ Soms begint mijn dochter plotseling te huilen en zegt ze: ‘Wanneer komt papa terug?”

Carol bleef Sabrin bezoeken en ondersteunen. “Ik ben Carol en haar team dankbaar. Ze hielpen me weer op eigen benen staan, moedigden me aan en gaven me kracht.”

Bouwen aan een toekomst

Voor miljoenen vluchtelingen betekent oorlog dat alles opnieuw moet worden opgebouwd. Een huis, een inkomen, een dagelijks ritme. En vooral: een gevoel van veiligheid. Ook voor Sabrin is de toekomst onzeker. Toch werkt ze iedere dag aan een toekomst voor haar kinderen.

“De situatie is moeilijk. Ik wist niets van landbouw en heb het moeten leren. Ik werk ook voor andere mensen op het land. Ik heb maïs geplant. Ik heb okra geplant en daarna graaf ik het uit en is het voedsel. En zo probeer ik ook geld te verdienen.”

Haar grootste wens is duidelijk: “Mijn grootste wens is dat mijn kinderen een goede opleiding krijgen. Want onderwijs is hun toekomst.”