Zware tocht naar onbereikbaar Myanmar

Bodil (29) werkte de laatste twee jaar voor War Child in Zuid-Soedan. Nu zet ze voor War Child een nieuw programma op voor gevluchte kinderen aan de Thaise grens met Myanmar. In een serie blogs vertelt ze hoe het is om aan de slag te gaan in een nieuw projectland, en wat daar allemaal bij komt kijken. Dit is het tweede deel.

De tijd vliegt hier in Thailand! Ik bezoek zoveel mogelijk mensen en organisaties die al actief zijn in het gebied waar wij onze programma’s willen opstarten. Zodat we goed weten met wat en ook met wie we te maken krijgen. Het zijn de eerste stappen van een nieuw War Child programma.

Werken vanuit Thailand

De eerste week in Bangkok zit erop. Het was een week vol nieuwe kennismakingen. Handen schudden met donoren, bijpraten met andere organisaties, informatie inwinnen bij ambassades en natuurlijk een bezoek aan het coördinatiecomité dat al het werk aan de grens reguleert. Als hulporganisatie moet je je in een land registreren om aan de slag te kunnen. Inmiddels is duidelijk dat een registratie in Myanmar wel even kan duren. Daarom kiezen we voor een praktische tussenoplossing: werken vanuit het Thaise grensgebied terwijl de aanvraag voor registratie in Myanmar in behandeling is. Zo kunnen we toch vast met de Birmese vluchtelingen aan het werk.

Inspirerende dag

Na een week in de drukke stad kriebelt het om naar buiten te gaan en het grensgebied te bezoeken. Het is toch altijd het beste om ter plekke met mensen en organisaties te spreken over hun ervaring. Eenmaal aan de grens aangekomen, spreek ik met potentiële partnerorganisaties die vanuit Thailand in Myanmar werken. Deze organisaties komen zelf uit het grensgebied, en kunnen op plekken komen waar de meest kwetsbare mensen zitten en waar geen andere organisaties kunnen komen.

De meest inspirerende dag tot nu toe had ik bij de organisatie Kayan New Generation Youth (KNGY) die al een tijd actief is in het grensgebied. KNGY werkt in gebieden waar niemand kan komen. Gebieden die hard zijn getroffen door de oorlog. De mensen in deze gebieden moeten uren lopen voor medische hulp. Er zijn geen wegen, alleen maar bospaden. In het regenseizoen zijn zelfs die paden niet meer te vinden. Dan is het een en al modder door de hevige regenval. Overal zijn bloedzuigers. Standaard medicijnen zijn dan ook hard nodig in de dorpjes. Er zijn weinig diensten voor mensen in die gebieden. Er zijn weinig scholen en deze scholen hebben een lerarentekort. Eén leraar geeft les aan zo’n 100 kinderen. 

KNGY is gestart door enthousiaste en gedreven jongeren die simpelweg democratie en ontwikkeling voor hun land willen. Dit doen ze, omdat ze daar in geloven en ze doen het voor bijna niks. Ik heb zelden zoiets meegemaakt!

Ik kwam aan bij een klein kantoortje in een klein dorpje aan de grens waar ik met open armen werd ontvangen. Zes jongeren tussen de 20 en 25 jaar begroetten mij en vertelden vol enthousiasme over hun werk. Ze toonden mij een hartverwarmende fotopresentatie.

Anderhalve maand lopen

KNGY traint vrijwillige leraren in scholen in de meest afgelegen dorpjes. Die vrijwilligers kunnen niet zomaar naar Thailand komen, dus de trainers gaan de grens over: LOPEND! Ja, ze lopen meer dan anderhalve maand. Door de regen, door rivieren waar geen bruggen zijn, door het bos en door de modder, waar bloedzuigers zich uitleven.

Hun werk is niet makkelijk. De leraren hebben bijna geen lesmaterialen en de klaslokalen zitten overvol. Omdat ze niets verdienen, vangen dorpsbewoners de docenten op. Ze krijgen een slaapplaats en maaltijden. Mooi om te zien hoe de gemeenschap zo voor elkaar zorgt, en dat mensen er alles aan doen om onderwijs te krijgen. War Child wil ervoor zorgen dat deze mensen en kinderen er niet alleen voor staan, en ze psychosociale hulp, onderwijs en bescherming bieden.

Stem laten horen

Dit soort jongereninitiatieven wil je toch steunen als organisatie, maar ook als mens? Op mijn vraag welke support zij het meeste nodig hadden, begonnen ze tegen verwachting niet over pennen en materialen. Maar over hoe ze graag iedereen in de dorpjes willen voorlichten over het belang van de verkiezingen in 2015 en dat hun stem zo belangrijk is voor de democratie.

Ook vertelden ze dat ze meer capaciteit nodig hebben om als organisatie beter te kunnen functioneren en professioneel te zijn. In het kort – ik ben helemaal geïnspireerd. Ik zie hier een echte kans voor War Child om een goed programma te starten, zodat War Child ook in Zuid-Oost Azië de oorlog uit een kind kan halen.

Ga naar het overzicht van Bodil’s blogposts