Interview met Zoni Weisz

Begin dit jaar bracht Zoni Weisz zijn autobiografie ‘Zoni, de vergeten Holocaust’ uit. Een aangrijpend, maar ook inspirerend verhaal van een Sinto-zigeuner die zelf de Tweede Wereldoorlog wist te overleven, maar zijn hele familie verloor. Zoni is geen onbekende van War Child. In 2010 bezocht hij met Liesbeth List ons werk in Oeganda. Een gesprek over zijn reis, de nut en noodzaak van War Child en de huidige vluchtelingenkwestie.

Zes jaar geleden ging u voor ons naar Oeganda, een land dat destijds getekend was door het vele oorlogsgeweld. Hoe heeft u deze reis ervaren?

Het idee was dat Liesbeth en ik als oorlogskind ons verhaal konden delen met de kinderen daar. Er waren ”prachtige” momenten waarin wij met die kinderen spraken. Vaak dacht ik dat ik in vergelijking met die kinderen niets had meegemaakt. Er was een meisje met wie ik me meteen verbonden voelde. Zij had de meest verschrikkelijke dingen mee gemaakt. Zij moest toezien hoe haar vader aan een boom gebonden werd, hoe de meest verschrikkelijke dingen met hem werden uitgehaald en hoe hij vermoord werd. Je moet van ijzer of beton zijn als zo’n verhaal niet door je ziel snijdt. Aan de andere kant was het prachtig dat er schooltjes waren en dat er muziek werd gemaakt. Dat  het niet alleen kommer en kwel was.”

Dus u zag ook veel hoop daar?

“Ja, volop! Waarlijk, de veerkracht van kinderen. Er werd gelachen, gespeeld en gedaan. Dat is zo mooi. Ik ben ervan overtuigd dat dit de manier is om kinderen te helpen stapje voor stapje over de eerste traumatische ervaringen heen te komen. Want als het alleen maar ellende is, helpt het natuurlijk niet. Dit heb ik uit eigen ervaring ondervonden. Ik stond ooit ook eens zonder iets. Om die reden kon ik mij zo goed inleven. Na de laatste keer dat ik mijn ouders, zusjes en broertjes zag, viel ik als kind in een bodemloze put. Mijn houvast was weg. Nee, alles was weg.”

Heeft u dan iets van een War Child in uw jeugd gemist?

In mijn jeugd was er inderdaad geen War Child. Er was wel wat hulp van Foster Parents Plan, maar enig begrip of het opvangen van kinderen zoals ik was er in die tijd niet. Uiteindelijk nam mijn tante mij in huis. Ze gaf me een voetbal en een gitaar en zei: ‘Naar buiten jij. Ga spelen met de andere kinderen’. Net zoals in Oeganda. Zij begreep dat sport, spel, muziek en contact met leeftijdsgenoten helpt. Precies wat War Child doet en dat vind ik geweldig. Zou er in 1945 een War Child zijn geweest dan was het misschien wel anders met mij gelopen. Dit weet je natuurlijk nooit, maar dan was er in ieder geval een organisatie geweest waar ik eventueel houvast aan had.” 

Muziek maakt een groot deel uit van de Sinto-cultuur en van de aanpak door War Child. Wat maakt muziek zo belangrijk?

“Daar heb ik eerlijk gezegd nooit zo over nagedacht. Het is er gewoon. Wat het met mij doet? Mijn vrouw zegt wanneer er iets aan de hand is dat ik mijn gitaar pak en ga spelen. Het is emotie. Niet alleen ellende, maar ook vrolijkheid. Mijn vader was ook een muzikant. Wanneer je dit vanuit huis met de paplepel ingegoten krijgt wordt het onderdeel van jou en jouw cultuur.”  

War Child gaat nu ook in Nederland werken met gevluchte oorlogskinderen. Hoe kijkt u naar de hele vluchtelingenkwestie

”Ik vind het fantastisch dat jullie dat doen. Ik had dit niet direct verwacht, maar het is zo logisch inderdaad. Er komen nu grote aantallen vluchtelingen op ons af. Ik vind dat we voor de echte vluchtelingen uit oorlogsgebieden ons hart moeten openstellen en hen een kans geven op een fatsoenlijke toekomst. Onze armen spreiden en zeggen: ‘kom maar hier’. Naar mijn mening draait het altijd om respect voor mensen en hun rechten. Dit is met de grote vluchtelingenstroom ook zo. In de ideale situatie creëren wij in die gebieden zelf omstandigheden zodat mensen niet meer hoeven te vluchten. Dan moet wel eerst de oorlog achter de rug zijn. Dit betekent dat War Child nog heel veel werk te doen heeft.”

U stond en staat nog steeds volop op de barricade voor Sinti en Roma, in binnen- en buitenland. Wat voor een wereld wilt u nalaten?

“Voor mij is er eigenlijk maar één ding heel belangrijk. Dat is respect voor elkaar. Mensen respecteren om wie of wat ze zijn, zonder vooroordelen. We moeten elkaar beter leren kennen. We leven in een multiculturele gemeenschap. Dit gaat altijd gepaard met wrijving en toestanden, maar ik denk dat jezelf bloot geven een deel is van de oplossing. Wanneer je begrepen en gerespecteerd wilt worden door andere mensen moet je ook een beetje van jezelf kunnen blootgeven.”

Wat wilt u meegeven met uw onlangs verschenen en zeer lezenswaardige autobiografie?

In mijn boek zit een hele sterke boodschap. Hoe uitzichtloos de situatie ook is, met wilskracht en de juiste mensen om je heen komt het wel goed. Ondanks alle ellende die ik in mijn leven heb meegemaakt, ben ik de gelukkigste mens van de wereld.”

‘Zoni. De vergeten Holocaust. Mijn leven als Sinto, ondernemer en overlevende’ is verschenen bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff .

ISBN 978 90 245 6993 9, prijs € 19,99. Ook verkrijgbaar als e-book.