Recht op vrede

Vandaag is het de Internationale Dag van de Vrede. De Verenigde Naties besloten in 2001 om jaarlijks op 21 september hiertoe op te roepen. Een dag volledig gewijd aan de idealen van vrede. Een dag waarop zelfs de wapens zouden moeten worden neergelegd.

De praktijk blijkt echter weerbarstig. Maar als zelfs in de theorie het Recht op Vrede ontbreekt, dan wordt het ook een onmogelijk verhaal. Door het Recht op Vrede vast te leggen, kunnen wij onze kinderen de hoop op een vreedzame toekomst bieden.


70 jaar mensenrechten

Het thema van de Internationale Vredesdag is dit jaar de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze verklaring werd op 10 december 1948 in Parijs aangenomen en wordt wereldwijd gezien als de bakermat van de internationale mensenrechten. Het bood hoop en houvast na de verschrikkingen van twee desastreuze wereldoorlogen. De tekst is in meer dan vijfhonderd talen beschikbaar en heeft zowel moreel als juridisch nog niet aan belang ingeboet. Sterker nog, 70 jaar na haar ondertekening blijken de opgenomen grondrechten actueler dan ooit.

Maar waar is de vrede?

Het is mooi dat de VN dit jaar het thema vrede linkt aan de Verklaring, maar wat schetst onze verbazing? In het jubilerende verdrag ontbreekt notabene een specifiek artikel met het Recht op Vrede. De VN heeft sinds 1948 een paar keer gepoogd om dit gat te dichten door een eigen resolutie uit te brengen over het Recht op Vrede. Dit zijn helaas slappe pogingen gebleken, want daarin stond niet wat gedaan moest worden om bijvoorbeeld de vrede te bewaken.


Wortels van conflict aanpakken

Als we feitelijk kans willen maken op duurzame vrede dan begint dat - zoals met de meeste goede ideeën - toch echt met het opschrijven ervan, ofwel het Recht op Vrede. Maar dan wel inclusief wat we moeten doen om daar naar toe te werken. Vrede is namelijk meer dan enkel de afwezigheid van geweld. Het is ook actief werk maken van het aanpakken van de wortels van conflict zoals sociale ongelijkheid, klimaatverandering en de verdeling van natuurlijke hulpbronnen. Door dit vast te leggen, dwingen we staten ook meer te doen aan conflictpreventie.

Doel? Overbodig zijn

Nederland kent een lange traditie van vredesbewegingen. En ook aan de wieg van War Child stonden destijds vredesactivisten. Het onderwerp gaat ons nauw aan het hart en wij doeken liever vandaag dan morgen onze organisatie op. De realiteit verhindert dat ons echter te doen. Momenteel leven zo’n 357 miljoen kinderen in een conflictgebied. Aantallen die bijna niet meer te bevatten zijn en dus is actie nodig.


Nu is het aanpassen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens een ongewenst proces, waarbij alle lidstaten hun fiat moeten geven aan een aanpassing. Daar gaan jaren overheen. Dat is geen reden om het niet te doen, maar op korte termijn lonkt een misschien gemakkelijkere optie. Om toch maar ergens te beginnen alvast.

Invloed op het wereldtoneel

Aanstaande maandag is de ‘Nelson Mandela Vredestop’ in New York. Neem in de slotverklaring het Recht op Vrede op dat verder gaat dan enkel de afwezigheid van oorlog, maar ook actief de weg baant om conflicten onmogelijk te maken. Nu Nederland nog ruim drie maanden lid is van de VN Veiligheidsraad heeft het bij uitstek een invloedrijke positie op het politieke wereldtoneel. Ook om extra druk te zetten naar de top van maandag.

Biedt kinderen hoop

Bied op die manier alle jongeren die nu opgroeien in conflict dezelfde hoop die de wereld 70 jaar geleden kreeg bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Want onze kinderen van vandaag zijn de volwassenen van morgen die uiteindelijk voor vrede kunnen zorgen. Maar voor een succesvolle praktijk ervan, moet toch echt eerst de theorie op orde zijn.

Tjipke Bergsma – directeur War Child

Meer over onze missie

Hier werken wij