Gewoon kind kunnen zijn, óók in een azc

Het leven van kinderen in asielzoekerscentra kan en moet beter. Dat blijkt vandaag uit het onderzoek 'Leefomstandigheden van kinderen in asielzoekerscentra en gezinslocaties', uitgevoerd in opdracht van het COA en de Werkgroep Kind in azc. Hier lees je de belangrijkste conclusies én aanbevelingen voor verbetering.

Elk kind, wie het ook is en waar het ook woont, heeft dezelfde rechten: dat hebben we met elkaar afgesproken in het VN Kinderrechtenverdrag. De situatie van kinderen in Nederlandse asielzoekerscentra en gezinslocaties voldoet nog niet volledig aan normen uit dit verdrag. Dit moet beter!

Cijfers

   - 7.000 kinderen wonen in Nederlandse asielzoekerscentra en gezinslocaties
   - 1 op 3 kinderen in gezinslocaties voelt zich niet veilig
   - 1x per jaar verhuizen is de realiteit voor de meeste kinderen

Belangrijkste conclusies

Gezinnen onder druk

Een ‘normaal’ gezinsleven leiden? Dat is enorm lastig in een azc. Vaak moeten gezinnen langdurig woonruimte of sanitaire voorzieningen delen. Door het gebrek aan privacy komt de gezinsrelatie onder druk te staan. ‘Kinderen hebben recht op een gezinsleven. Vaders en moeders moeten de kans hebben hun kinderen zo normaal mogelijk op te voeden,’ zegt Helen Schuurmans van de Werkgroep Kind in azc en kinderrechtendeskundige. ‘We pleiten er dan ook voor dat elk gezin een eigen woonruimte krijgt.’

Steeds maar weer verhuizen

Telkens moeten verhuizen, van het ene azc naar het andere: dat zorgt voor onzekerheid en instabiliteit bij kinderen en hun ouders. De kinderen uit het onderzoek verhuisden gemiddeld minimaal één keer per jaar. Maar er zijn ook regelmatig uitschieters: kinderen die vijf of zes keer gedwongen moesten verhuizen. Helen: ‘Elke keer nieuwe vrienden maken, nieuwe leerkrachten leren kennen, behandelingen die worden onderbroken of zelfs niet worden opgestart. De gevolgen van het vele verhuizen zijn echt heel ingrijpend. En deze kinderen hebben al zoveel meegemaakt. Dat moet echt stoppen.’ 

Onderwijs en ontspanning

Goed nieuws is dat 99% van de kinderen in azc’s naar school gaat. Ongeveer 8 op de 10 ouders en kinderen geeft aan tevreden te zijn over het onderwijs. Het rapport signaleert wel een knelpunt in de overgang van de internationale schakelklas naar het reguliere onderwijs: die doorstroming kan beter.

Verder geven jongeren aan dat er voor hen weinig te doen is in de azc’s. Bijna zeven op de tien jongeren nemen (vrijwel) nooit deel aan activiteiten omdat het aanbod niet bij hen past. ‘Spelen en ontspanning lijken misschien ondergeschikt. Maar kinderen hebben het absoluut nodig om traumatische ervaringen te kunnen verwerken,’ aldus Helen. ‘Ook dit moet en kan beter.’

Stichting
Hulp bij psychische klachten

Tussen de locaties blijken grote verschillen te bestaan in het gebruik van de geestelijke gezondheidszorg, en het aanbieden van weerbaarheidstrainingen. Terwijl op alle locaties kinderen zitten die heel heftige dingen hebben meegemaakt. Dat kan zich uiten in buikpuin, slapeloosheid, bedplassen, agressief of juist apathisch gedrag. Helen: ‘Het kan toch niet zo zijn dat we kinderen daarmee laten zitten! We moeten ervoor zorgen dat geen enkel kind over het hoofd wordt gezien en daardoor zorg mist.’

Gezinslocaties 

De gesignaleerde knelpunten zijn groter op de gezinslocaties, waar uitgeprocedeerde gezinnen leven. De regels daar zijn anders en het leefgeld is er minder. Maar liefst 1 op de 3 kinderen zegt zich er onveilig te voelen. Helen: ‘Ieder kind in Nederland heeft dezelfde rechten, maar de kinderen in gezinslocaties krijgen nu minder kansen en lijden onder hun omstandigheden. Dit is onrechtvaardig en gaat lijnrecht in tegen het Kinderrechtenverdrag. Ook deze situatie moet veranderen.’

Hoe nu verder?

De politiek buigt zich momenteel over de vraag hoe de opvang van asielzoekers flexibeler en kleinschaliger ingericht kan worden. Helen: ‘Dit is hét moment om de resultaten van dit onderzoek daarin mee te nemen. Het COA en de Werkgroep Kind in azc roepen de politiek dan ook op de aanbevelingen uit het onderzoek ter harte te nemen. Dan kan de opvang echt kindvriendelijker gemaakt worden.’

Download het rapport

Beeld: Stichting de Vrolijkheid/Petra Katanic