Veroordeling Lubanga belangrijke stap maar niet voldoende

Voormalig rebellenleider Thomas Lubanga is door het Internationaal Strafhof veroordeeld tot 14 jaar cel. Een belangrijke stap. Onder Lubanga’s leiding moesten namelijk duizenden kinderen in DR Congo meevechten of meehelpen als dragers en spionnen. Meisjes werden ingezet als seksslavinnen. Een grove schending van de rechten van het kind.
12 juli 2012

Hoewel de straf voor Lubanga een belangrijk signaal is dat je kinderen niet ongestraft in gewapende conflicten kunt inzetten, maakt het vonnis niet direct een einde aan de schending van kinderrechten. Kinderen worden nog altijd gedwongen mee te vechten. Ook hebben veel voormalige kindsoldaten moeite de draad weer op te pakken na alles wat ze hebben meegemaakt. War Child blijft daarom voor hen opkomen.

Moeilijke terugkeer naar gemeenschap

Het jarenlange geweld in DRC heeft enorme gevolgen. Armoede. Miljoenen doden. Honderdduizenden mensen constant op de vlucht voor plunderende bendes. Kinderen worden geronseld om te vechten, of ontvoerd als seksslaaf. Onderwijs ontbreekt en de naleving van kinderrechten staat onder grote druk.  
Daarnaast dragen voormalige kindsoldaten ervaringen met zich mee die het ontzettend moeilijk maken voor hen om binnen hun maatschappij weer een vertrouwde veilige plek te vinden.

Wat War Child doet

War Child’s psychosociale programma’s in Oost Congo stellen kinderen in staat hun emoties en ervaringen te verwerken en weer vertrouwen te krijgen in zichzelf, in anderen en in de toekomst. Daarnaast geven wij onderwijs zodat ze een beter toekomst perspectief hebben. Lees meer over War Child’s werk in DRC

En we blijven lobbyen zodat ook in Congo de rechten van het kind nageleefd worden en dat ze beter tegen geweld en kinderarbeid worden beschermd. Zo lopen ze minder kans wederom gerekruteerd te worden als kindsoldaat.

Beluister een radio interview met Eamonn, medewerker van War Child, over de uitspraak.

Lees ook een interview in de Financial Times met onze medewerker in Congo.

 

 

                                                                                                                                                                                                                      

Foto: ©Roger LeMoyne