Toch gevechten ondanks staakt-het-vuren in Zuid-Soedan

Ondanks het gisteravond afgekondigde staakt-het-vuren is er vannacht nog hard geschoten in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba. Dat hebben War Child-collega’s zojuist aan het hoofdkantoor in Amsterdam laten weten. War Child was erg blij met het staakt-het-vuren, maar maakt zich nog steeds grote zorgen over het escalerende geweld in Zuid-Soedan, en met name Juba.
12 juli 2016

Een mogelijke nieuwe burgeroorlog zal catastrofale gevolgen hebben voor het land dat afgelopen zaterdag precies 5 jaar bestond. “De enorme omvang van het conflict in Zuid-Soedan treft miljoenen kinderen”, zegt Tjipke Bergsma, directeur War Child. De programma’s van de organisatie liggen sinds vrijdag helemaal stil en de collega’s zijn vanwege de grote onveiligheid naar huis gestuurd.

“Voor de generatie kinderen die nu opgroeit in Zuid-Soedan is het toekomstperspectief dramatisch te noemen. Door de jarenlange burgeroorlog kampen kinderen met de gevolgen van het geweld en is de infrastructuur in het land vrijwel verwoest, waaronder de scholen. Dit alles heeft zware gevolgen voor het welzijn van de kinderen en dus voor de toekomst en de wederopbouw van Zuid-Soedan”, aldus Bergsma.

In 2015 deden tienduizenden kinderen en volwassenen mee aan de programma’s van War Child verspreid over het land. De organisatie biedt samen met lokale partners hen een combinatie van psychosociale steun, bescherming en onderwijs. War Child wil de kinderen en lokale partners blijven bijstaan, ook al is dat nu erg moeilijk.

Bergsma: “War Child vraagt Nederland en de internationale gemeenschap om Zuid-Soedan niet in de steek te laten.”

Sinds de burgeroorlog in 2013 zijn al tienduizenden mensen omgekomen. Zo’n 2.3 miljoen mensen zijn sindsdien op de vlucht, waarvan de helft ongeveer kind is. Minstens 16.000 kinderen worden ingezet als kindsoldaat. En momenteel gaan 400.000 kinderen niet naar school, bovenop de 1 miljoen die sowieso al niet naar school gingen. Ruim 6 miljoen mensen hebben humanitaire hulp en bescherming nodig.

Toch staan de hulpfondsen juist nu zwaar onder druk, zeker waar het gaat om programma’s die kinderen beschermen en scholing verzorgen. Zuid-Soedan is daarin geen uitzondering. Eind 2015 schatte de VN al in dat 1.3 miljard dollar nodig was voor humanitaire noodhulp aan Zuid-Soedan. Daarvan is momenteel slechts 29% toegezegd. Zolang dit niet aangevuld wordt, blijven kinderen in conflictgebieden de hoogste prijs betalen.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken sprong in 2015 en 2016 bij met twee keer 11 miljoen euro aan extra hulp, waarmee een coalitie (met onder andere War Child) aan de slag kon. Maar dat budget is al bijna op en extra hulp is nu echt nodig. War Child doet daarom een dringend beroep op de Nederlandse overheid en internationale donoren om Zuid-Soedan niet in de steek te laten en de steun aan het land voort te zetten.

In mei riep War Child samen met twaalf Nederlandse hulporganisaties de strijdende partijen in Zuid-Soedan al op om de historische kans op vrede te pakken, toen oppositieleider Riek Machar werd benoemd tot vicepresident.