Situatie in Zuid-Soedan nog steeds instabiel

Na het escalerende geweld de afgelopen twee weken is de situatie in Zuid-Soedan nog steeds erg instabiel. De enorme omvang van het conflict in Zuid-Soedan treft miljoenen kinderen. Geregeld vinden nog gewelddadige confrontaties plaats in de hoofdstad Juba en andere delen van Zuid-Soedan. Landendirecteur Marina Doris vertelt.
27 juli 2016

Marina Doris, onze landendirecteur in Zuid-Soedan: “Helaas liggen bijna alle programma’s daarom nog steeds stil en zitten onze collega’s thuis. Het is simpelweg te gevaarlijk om er te kunnen werken. Naar omstandigheden gaat het gelukkig goed met ze. We zijn nu in nauw contact met hen om te kijken wat we wél kunnen doen, gebaseerd op de behoeftes van de kinderen en de partners met wie we werken. War Child wil niets liever dan zo snel mogelijk weer het werk hervatten om zoveel mogelijk kinderen te kunnen helpen. Want dat is juist nu zo hard nodig. Wij zijn ervan overtuigd dat de juiste combinatie van psychosociale hulp, bescherming en onderwijs de Zuid-Soedanese kinderen helpt om snel weer positief naar hun eigen toekomst en die van hun land te kijken.”

Ons werk in Zuid-Soedan

In 2015 deden tienduizenden kinderen en volwassenen mee aan de programma’s van War Child verspreid over het land. Samen met lokale partners bieden we heb een combinatie van psychosociale steun, bescherming en onderwijs. War Child wil de kinderen en lokale partners blijven bijstaan, ook al is dat nu erg moeilijk.

Sinds de burgeroorlog in 2013 zijn al tienduizenden mensen omgekomen. Zo’n 2.3 miljoen mensen zijn sindsdien op de vlucht, waarvan de helft ongeveer kind is. Minstens 16.000 kinderen worden ingezet als kindsoldaat. En momenteel gaan 400.000 kinderen niet naar school, bovenop de 1 miljoen die sowieso al niet naar school gingen. Ruim 6 miljoen mensen hebben humanitaire hulp en bescherming nodig.

Toch staan de hulpfondsen juist nu zwaar onder druk, zeker waar het gaat om programma’s die kinderen beschermen en scholing verzorgen. Zuid-Soedan is daarin geen uitzondering. Eind 2015 schatte de VN al in dat 1.3 miljard dollar nodig was voor humanitaire noodhulp aan Zuid-Soedan. Daarvan is momenteel slechts 29% toegezegd. Zolang dit niet aangevuld wordt, blijven kinderen in conflictgebieden de hoogste prijs betalen.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken sprong in 2015 en 2016 bij met twee keer 11 miljoen euro aan extra hulp, waarmee een coalitie (met onder andere War Child) aan de slag kon. Maar dat budget is al bijna op en extra hulp is nu echt nodig. War Child doet daarom een dringend beroep op de Nederlandse overheid en internationale donoren om Zuid-Soedan niet in de steek te laten en de steun aan het land voort te zetten.

In mei riep War Child samen met twaalf Nederlandse hulporganisaties de strijdende partijen in Zuid-Soedan al op om de historische kans op vrede te pakken, toen oppositieleider Riek Machar werd benoemd tot vicepresident.