Rudaina van War Child: ‘Kinderen moeten spelen, zorgeloos’

‘De kinderen hebben veiligheid nodig, iemand die naar ze luistert en hun problemen begrijpt.’ Rudaina (32) zegt het rustig, maar het verdriet schuilt achter al haar zinnen. Ze begeleidt een groep kinderen in Gaza in het programma van War Child. ‘De oorlog hangt hier altijd in de lucht. Gaza is afgesloten van de buitenwereld, er is voortdurend druk. De bommen kunnen iedere dag vallen.’ En dat is nu het geval.
09 juli 2014

Rudaina: ‘De oorlog beinvloedt de kinderen, het beinvloedt de gezinnen waarin ze opgroeien, het raakt iedereen. Ieder kind kent iemand die gedood of verwond is, sommigen verloren hun ouders, anderen een oom of tante, een broer of zusje. Door al dat geweld verliezen ze hun vertrouwen, hun gevoel van veiligheid. Kinderen reageren door agressief gedrag. Of ze worden schuw, wantrouwen andere mensen, trekken zich terug en worden eenzaam. Ze gaan bedplassen, hebben nachtmerries, ze maken zich zorgen over het leven. Kinderen van 8, 10 jaar. Ze zouden moeten spelen op straat, zorgeloos.’

Bruggen bouwen
In een buurthuis in een buitenwijk van Gaza Stad is er de mogelijkheid voor kinderen tussen de 8 en 16 om tot rust te komen. Ze krijgen hulp bij hun problemen. Rudaina vertelt: ‘Het eerste dat we doen is met de moeders praten. We houden een lijst bij met het gedrag dat kinderen vertonen. Zoals nachtmerries, bedplassen, agressief gedrag. De moeder vertelt over haar kind en samen kruisen we op de lijst aan welke tekenen in gedrag er zijn. Het kind met de meeste tekenen wordt uitgenodigd om deel te nemen aan het programma. Zo maken we de selectie.’

‘De eerste paar dagen doen we veel spelletjes, de kinderen leren elkaar kennen,’ vertelt Rudaina. ‘We bouwen bruggen tussen de kinderen en de trainers. Daarna gaan we over de problemen praten, één thema per dag. Een dag over angst, een dag over zorg om de toekomst, een dag over nachtmerries, een dag over elkaar helpen, hoe we omgaan met kinderen die iemand verloren hebben. We bespreken met de kinderen hun gevoelens, hoe ze zich gedragen als ze blij zijn, hoe als ze verdrietig zijn.’

Omgaan met emoties
In het buurthuis zit een groep kinderen in een kring. Ze hebben het over hoe je je moet gedragen als iemand hulp nodig heeft. Om de beurt geven ze een voorbeeld, de een heeft een oude buurvrouw die niet alleen de deur uit kan, de ander heeft een ziek familielid. De kinderen vertellen aan elkaar hoe ze hulp geven. ‘Iedere activiteit heeft een doel,’ vertelt Rudaina na afloop. ‘De kinderen leren zich uit te drukken, praten over hun gedrag, hun gevoelens. Vaak helpen creatieve activiteiten daarbij. Door met kinderen te tekenen, of te schilderen laten ze zien wat hen bezig houdt.’

‘Van ieder kind houden we bij hoe het zich gedraagt. Een hyperactief kind is niet altijd hyperactief. We kijken wanneer het gedrag verandert. Dat bespreken we met de moeder. We vragen haar of het gedrag thuis ook verandert. Zo volgen we het kind en zien of er resultaten geboekt worden.’

De resultaten van de programma’s worden nauwkeurig bijgehouden. Rudaina is er trots op. ’85 procent van de kinderen kan na afloop beter met zijn emoties omgaan. Ze hebben minder last van angst, reageren minder geprikkeld. Natuurlijk is er een groep bij wie het niet werkt. Die kinderen plaatsen we over. Zij hebben intensievere begeleiding nodig, van een psycholoog of psychiater.’

Op de vraag aan Rudaina of ze zich meer hulpverlener of vredesactivist voelt, glimlacht ze even. ‘Je kunt het niet scheiden,’ zegt ze. ‘Ik doe dit werk omdat ik geloof dat het helpt om een generatie te laten opgroeien die vredelievender is. Ik ben pycholoog en voer mijn vak uit. Maar ik ben ook zeer verbonden aan de kinderen van Gaza. Met mijn werk hoop ik een bijdrage te leveren aan een vreedzame toekomst voor Gaza.’