Psychosociale zorg onderbelicht in hulp aan oorlogskinderen

Door aanhoudende en telkens oplaaiende conflicten zitten miljoenen kinderen wereldwijd gevangen in een spiraal van geweld. Keer op keer zijn ze het slachtoffer van niets ontziende aanvallen in Syrië, gruwelijke oorlogspraktijken in Oost-Congo of raketbeschietingen in Gaza. Veel meer dan nu moet psychosociale zorg integraal onderdeel zijn van noodhulp en wederopbouw om de cyclus van oorlog te kunnen doorbreken. Dat betogen Bernard Uyttendaele, directeur van War Child en Willemijn Verloop, oprichtster van War Child, die vandaag de Max van der Stoel lezing uitspreekt ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Mensenrechten.
10 december 2012

“Op een avond hoorden we een hoop geweerschoten en we renden weg. Bommen gingen af en mijn moeder viel vlak voor me neer. Een kogel was in haar borst geslagen. Terwijl ze nog op de grond lag, pakte ze mijn hand en zei me weg te rennen. We moesten mijn moeder daar achterlaten; later vertelden ze me dat ze dood was. Als ik aan haar denk, dan huil ik, dan heb ik pijn.”

Deze getuigenis van de 10-jarige Francine uit Oost-Congo is er slechts een van de vele verhalen van kinderen die keihard getroffen worden door conflicten waar ze zelf niet voor hebben gekozen. In onder meer Syrië, Oost-Congo en Afghanistan zijn kinderen slachtoffer van de meest afschuwelijke misdaden en grove mensenrechtenschendingen die je je kunt bedenken: moordpartijen, verkrachtingen, martelingen, ontvoeringen, invallen op scholen en rekrutering.

In Oost-Congo is de helft van de ruim 1,6 miljoen vluchtelingen kind. Een groot aantal van hen heeft tijdens de recente geweldsuitbarsting opnieuw moeten vluchten. In één-derde van alle gemelde verkrachtingen in Oost-Congo zijn kinderen slachtoffer. 13% van hen is zelfs jonger dan 10 jaar. In Syrië zijn kinderen bewust doelwit van geweld en zijn inmiddels bijna 3800 kinderen gedood. Honderdduizenden kinderen zijn op de vlucht geslagen, hebben onderweg hun familie verloren en zijn aan hun lot overgelaten. Het is een greep uit de duizelingwekkende cijfers die laten zien hoe kinderen getroffen worden door nietsontziende conflicten.

Psychische littekens
Zoals een voormalig kindsoldaat ooit tegen ons zei: “De ergste wonden zitten niet aan de buitenkant, maar van binnen.” Onzichtbare wonden, waarvan de uitwerking dramatisch kan zijn als deze kinderen niet worden geholpen. Want hun psychische littekens maken een terugkeer in de samenleving moeilijk. Boosheid, haat, agressie en angst kunnen uitgroeien tot nieuwe conflicten en de cyclus van geweld bestendigen, die we nu waarnemen. Deze kinderen, die alles zijn kwijtgeraakt, moeten het vertrouwen in hun eigen menselijkheid en toekomst terugkrijgen om uit te kunnen groeien tot evenwichtige, krachtige volwassenen die hun kapotte land weer helpen opbouwen.

Voedsel en water, onderdak en medische zorg zijn daarbij noodzakelijk en van levensbelang. Maar lang niet altijd voldoende voor het herstel van deze kinderen. Psychosociale hulp moet daarom, veel meer dan nu het geval is, integraal onderdeel zijn van noodhulp en voor de langere termijn wederopbouw na conflicten. Ook om te voorkomen dat volgende generaties opnieuw slachtoffer worden. Dat betekent wel dat alle betrokken organisaties de bestaande internationale richtlijnen moeten volgen op het terrein van psychosociale ondersteuning in noodsituaties en hun onderlinge samenwerking moeten vergroten en verbeteren. En dat de internationale donorgemeenschap meer geld beschikbaar stelt voor psychosociale programma’s in (post)conflictgebieden.

Psychosociale hulp
Door kinderen op professionele en adequate wijze te helpen hun ervaringen te verwerken en hen een veilige omgeving en onderwijs te bieden, kunnen zij de draad van hun leven weer oppakken. Door het uiten van hun emoties kunnen ze hun spanning ontladen en hun zelfvertrouwen, gevoel van eigenwaarde en innerlijke kracht weer opbouwen. Het betrekken van ouders, familie, de school en de gemeenschap is daarbij belangrijk. Kinderen die in een veilige omgeving leven en weer een perspectief hebben, kunnen zich weer voorbereiden op de toekomst.

Wij zien kinderen en jongeren als zogeheten change agents. Zij maken het verschil. Ze zijn een spiegel van wat we kunnen verwachten in de toekomst. Als ze in staat zijn om de controle over hun eigen toekomst te nemen, dan zullen ze ook in staat zijn om de toekomst van anderen te veranderen. Francine in Oost-Congo, en vele andere kinderen in conflictgebieden wereldwijd, hebben het recht op te groeien in veiligheid en zonder angst. Hebben het recht op aandacht en zorg. Maar psychosociale ondersteuning is niet alleen een recht, vastgelegd in het Verdrag van de rechten van het kind en de Universele verklaring van de rechten van de mens. Het is ook noodzaak. Want de ontwikkeling van deze kinderen, die vaak alles zijn kwijtgeraakt, is van cruciaal belang voor de opbouw van duurzame vrede.

Psychosociale steun moet deel uitmaken van noodhulp. Altijd.

Willemijn Verloop, oprichtster War Child
Bernard Uyttendaele, directeur War Child

Vandaag spreekt Willemijn Verloop de Max van der Stoel Human Right Lecture uit op de Universiteit van Tilburg: “ A blanket doesn’t cover the impact of war; provinding a complete response to the emergency needs of children affected by conflict.” Dit is een beknopte samenvatting van haar betoog namens War Child. Lees haar volledige betoog