"Ik mis de straat" - blog van Jamal, War Child medewerker in Gaza

Jamal werkt voor War Child in Gaza. Op dit moment is het er te gevaarlijk om onze programma’s voor de kinderen uit te voeren. Kinderen en families in Gaza schuilen voor de aanvallen. Ook Jamal en zijn familie blijven thuis om zich te beschermen. Gisteren, op 17 juli 2014, deelde hij dit verhaal met ons.
18 juli 2014

 

Mijn vrienden en collega’s vragen me over de situatie hier in Gaza en hoe het met ons gaat. Ik schrijf ze dat we fysiek in orde zijn, maar dat het heel erg moeilijk is. Wachten en wachten, al het nieuws en het geluid van de bommen, alle foto’s van dood en bombardementen… het is te frustrerend en beangstigend.

Kinderen worden boos, nerveus en gestrest van de aanhoudende agressie. En dan heb ik het alleen nog maar over die honderdduizenden kinderen en families die nog veilig zijn! Hoe moet het zijn voor al die mensen die hun families of kinderen verloren hebben, of die hun huizen zijn kwijtgeraakt?

Daarbij komt ook nog eens dat het Ramadan is. Het is zomer.  Er is het grootste deel van de tijd geen elektriciteit. De nachten zijn lang en eng. Kinderen beginnen de nacht en het donker te haten omdat de meeste bombardementen na middernacht plaatsvinden.

Uit het raam

Vandaag, donderdag 17 juli, werd er voor 5 uur een humanitair staakt-het-vuren afgekondigd. We gebruikten die kans om wat boodschappen te doen. En om plaatsen te bezoeken om te zien wat er kapot is gemaakt.

Mijn dochter van 13 jaar oud wilde per se met mij mee. We gingen met de auto. Ik realiseerde me opeens dat ze haar hoofd uit het raam had gestoken! Dit deed ze anders nooit. Ik vroeg: “wat doe je?” Ze zei: “Ik wil zo veel mogelijk ademen, om zoveel mogelijk zuurstof binnen te krijgen!” Ze zag er blij uit. Alsof ze voor het eerst op reis was, op vakantie naar een nieuw land. “Ik mis de straat. Mensen zien en me levend voelen” zei ze. Ik stopte de auto en we praatten:

“Om in een huis opgesloten te zitten, vast te zitten op één plek voor tien dagen. Om weg te zijn van je bed. Om elke nacht pas na zonsopkomst in slaap te vallen. Om al je dagelijkse activiteiten en routine te verliezen. Om niet te kunnen lezen, muziek luisteren, of zelfs te douchen terwijl het zo warm is. Zonder elektriciteit, en midden in de Ramadan. Is het niet te veel voor ons? Is er niet genoeg gebeurd? Tot wanneer? En wat dan? En, waarom?”

Angst en onrust

In ons gesprek sprak mijn dochter over de momenten van angst en onrust waar ze mee leeft bij elke bom die ontploft. Dag en nacht, maar vooral ’s nachts als het donker is. Ze vertelde me dat ze zich sterk hield. Om de situatie niet nog erger te maken voor haar oudere broer.

Hij wilde niet met ons mee omdat hij het staakt-het-vuren niet vertrouwt. Hij herinnert zich aanvallen tijdens een staakt-het-vuren van een anderhalf jaar geleden. Ook al blijft hij de laatste dagen dat we binnen zijn zeggen: “ik mis de straat.”

Om 3 uur 's middags kwamen we thuis. Het staakt-het-vuren was voorbij en de aanvallen begonnen opnieuw. Nog 3 kinderen werden gedood en later zelfs meer. Tijdens Iftar (Ramadan diner) spraken we over de kinderen die gisteren werden gedood op het strand.

Was het roekeloos van hun families om hen buiten te laten spelen in deze situatie? Of zouden zij helemaal niet bij dit geweld betrokken moeten zijn en was het hun recht als kinderen om te spelen?

Wat denk jij?

Jamal, 17 juli 2014