Gaza: “Je weet niet waar de volgende valt”

De kinderen van Jamal zijn bang. Vooral de eerste nachten, toen de beschietingen het hevigst waren, deden ze geen oog dicht. Geschrokken door de explosies kropen ze vaak huilend bij elkaar. Maar ook overdag voelen ze zich niet veilig. Ze zijn nerveus en reageren kribbig naar hem en zijn vrouw. “Ze geven ons volwassenen een beetje de schuld. Ze snappen niet waarom dit gebeurt.”
20 november 2012

In Gaza wagen alleen medische hulpdiensten en verzorgers van voedselhulp zich de straat op. Het leven is volledig lamgelegd door de bombardementen. “Iedereen hier houdt zich angstig schuil,” vertelt War Child programma coördinator Jamal via de telefoon. “We hebben voor een paar weken rantsoen ingeslagen. We kunnen niets anders doen dan binnenblijven en afwachten.”

Safe Room

Hun tijd brengen ze door in een kamer die als veiligheidsruimte is ingericht. Weg van de ramen, die uit voorzorg zijn verwijderd zodat bij een eventuele inslag geen scherven door het huis vliegen.
’s Avonds is het koud in huis. Ook in Gaza wordt het winter. “We vullen onze dag met spelletjes en wat op de computer werken. Maar vaak zitten we ook zwijgend bij elkaar. Niets doen is vermoeiend.”

Hoop en Vrees

De internationale oproep tot een staakt-het-vuren vult het gezin van Jamal met hoop. “We willen onze dagelijkse activiteiten weer oppakken,” meldt Jamal aan de telefoon, terwijl hij naar buiten kijkt. “Hier is ons leven, en het werk wat we doen te belangrijk om stil te zitten. Maar we zijn ook bang voor escalatie, als inspanningen voor een wapenstilstand falen en militairen Gaza zullen binnentrekken.”

Op dat moment slaat niet ver van zijn woning een projectiel in. Er klinkt een doffe knal. Op de achtergrond klinkt een kinderstem. Jamal wordt door zijn dochter naar de safe room geroepen. Eenmaal daar vertelt hij verder. “De vorige oorlog was harder. Er vielen toen meer doden. Maar dit is enger. Vanwege de constante bombardementen. Je weet niet waar de volgende valt.”

Klaar om in actie te komen

Ondertussen onderhoudt Jamal intensief contact met andere partnerorganisaties, om, wanneer dat enigszins kan, snel weer aan de slag te kunnen. Zo heeft het Gaza Community Mental Health Program een crisisplan klaarliggen om de effecten van het conflict op kinderen zo snel mogelijk aan te pakken. En bereiden Basma en Shababik creatieve workshops voor waarin kinderen zich kunnen ontladen.

Angst voor de continue beschietingen en onzekerheid over waar de volgende granaat kan inslaan heeft een enorme impact op kinderen. Jamal weet uit ervaring hoezeer het geweld een kind kan aangrijpen. “In de vorige oorlog wilde mijn zoontje me niet meer loslaten. Zo bang was hij. Bang om alleen te zijn, bang om achter te blijven. Die angst hebben andere kinderen ook. Als je die niet kunt wegnemen, kan dat later voor grote problemen zorgen. Psychische en sociale problemen. Dat moeten we voorkomen.”

De positie van War Child

War Child veroordeelt de escalatie van het geweld in Gaza en de enorme impact op burgers, met name kinderen. Door de continue luchtaanvallen in dichtbevolkte gebieden is de veiligheid en het welzijn van kinderen de afgelopen tijd ernstig in gevaar gebracht. War Child doet een beroep op de internationale gemeenschap om de beëindiging te eisen van alle vijandelijkheden en respect te tonen voor de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.