De nood is hoog

Vandaag en morgen vindt de World Humanitarian Summit plaats. Wereldleiders komen er samen om te praten over de toekomst van de humanitaire noodhulp. In de traditionele noodhulp is er veel te weinig aandacht voor de mentale gezondheid van en psychosociale steun aan de getroffenen.
21 mei 2016

Maandag en dinsdag vindt in het Turkse Istanbul de World Humanitarian Summitplaats. Wereldleiders komen er samen om te praten over de toekomst van de humanitaire noodhulp. Namens Nederland zullen premier Rutte en minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) aanwezig zijn om zich in te zetten voor een betere toekomst voor de miljoenen slachtoffers van onder andere natuurrampen en gewapende conflicten.Momenteel bestaat noodhulp vooral uit basiselementen als onderdak, voedselpakketten en schoon drinkwater. In deze traditionele noodhulp is echter nog veel te weinig aandacht voor de mentale gezondheid en psychosociale steun aan de getroffenen.  

Oorlog treft 250 miljoen kinderen
Op de vlucht voor (natuur)geweld 
worden mensen blootgesteld aan zeer stressvolle ervaringen als het verlies van huis en haard, geliefden maar vooral ook geborgenheid en hun waardigheidVelen ondervinden psychologische stress, die vaak gepaard gaat met angst en wanhoop. Een humanitaire noodsituatie als oorlog slaat diepere wonden dan alleen de zichtbare fysieke gruwelheden. Dat geldt zeker voor de meest kwetsbare onder hen: kinderen die opgroeien in conflictgebieden. Volgens recente cijfers zijn dat er maar liefst 250 miljoen. Ze zijn getuige van geweldworden soms gedwongen om zelf mee te vechten of verliezen familie en vrienden in het brute oorlogsgeweld 

Bovendien raken ze dagelijkse zekerheden en structuren als school en vrienden kwijtKinderen verdienen daarom alle hulp bij het leren omgaan met al deze verschrikkingen. Hoe langer zij verstoken blijven van de nodige psychosociale steun, hoe heftiger hun onzichtbare littekens de rest van hun leven blijven bepalenEn het zijn juist de jongeren die hun land weer moeten opbouwen na een periode van oorlog, maar dat kan alleen in een gezonde gemoedstoestand.  

Psychosociale steun
Wij vragen 
de Nederlandse afvaardiging daarom om samen met ons te pleiten om psychosociale hulp in noodsituaties nu eindelijk volledig en integraal onderdeel te laten worden van internationale noodhulp in het algemeen, en voor kinderen in conflictgebieden in het bijzonder. Dat is niet alleen hard nodig om te voorkomen dat deze jongeren verloren generaties worden, het is ook gewoon afgesprokenIn 1989 namen de leden van de Verenigde Naties namelijk het Verdrag inzake de rechten van het kind aan. In artikel 39 staat dat alle kinderen die slachtoffer zijn van oorlogsgeweld recht hebben op bijzondere zorg: psychosociale steun.  

Voor de uitvoering daarvan staat een expertorganisatie als War Child klaar om deze kinderen te bereiken en van ondersteuning te voorzienIn 2015 deden ruim 260.000 kinderen in twaalf landen aan onze programma’s meeWij zitten dicht op het conflict, om in humanitaire crises snel en effectief te kunnen handelen en maximale impact te bewerkstelligen. Wij proberen zo vroeg mogelijk in te grijpen om de gevolgen van oorlog op kinderen die daarmee geconfronteerd worden zo veel mogelijk te verzachten.  

Psychosociale steun maakt kinderen weerbaarder. Het zorgt ervoor dat ze sociaal en psychisch op de been blijven in moeilijke situaties. Het leert ze - ondanks de verliezen en slechte voorbeelden van geweld - omgaan met conflict. Het spreekt de sterke kanten van
kinderen aan en speelt in op hun natuurlijke speelsheid, flexibiliteit en creativiteit. 
 

Doorbreek de cyclus van geweld
De juiste steun 
stelt hen in staat hun eigen toekomst met meer vertrouwen tegemoet te treden en vorm te geven. Zij zijn de volwassenen van morgen. Zij kunnen de cyclus van geweld doorbreken door bij te dragen aan vrede in plaats van geweld. En dat is waar landen als Syrië, de Democratische Republiek Congo en Zuid-Soedan zo’n behoefte aan hebben. 

Wat oorlog doet met kinderen, hebben wij helaas zelf aan den lijve ondervonden. Ruim tien jaar teisterde een desastreuze burgeroorlog ons vaderland Sierra Leone (1991-2002). Mede dankzij professionele psychosociale steun aan duizenden leeftijdsgenoten waren zij in staat om weer positief naar de toekomst te kijken en ons land weer langzaam op te bouwen. Een oorlog is nog nooit begonnen door een kind, maar het zijn wel de kinderen die uiteindelijk voor de wederopbouw moeten zorgen. Dat kan echter alleen succesvol gebeuren als de oorlog uit het kind is.  

Michaela DePrince (ambassadeur War Child, Sierra Leone 1995)Ishmael Beah (writer, human rights activist, former child soldier, Sierra Leone, 1980) en Tjipke Bergsma (directeur War Child, Nederland)