Moussa (11) is gevlucht uit Syrië

'Mijn hele dorp is verwoest. Ik was erbij toen dat gebeurde. Mijn huis stond naast een controlepost en we waren het middelpunt van al het geweld.'

Op een ochtend moest Moussa plotseling zijn huis verlaten. Met vijftig man in een overvol bestelbusje, reden ze naar een nabijgelegen dorp. 'We waren daar voor drie dagen, maar de oorlog bereikte ons daar ook. Overal waar we naartoe gingen, volgde de oorlog ons.'

Geen huis meer
Na drie maanden rondzwerven, keerden Moussa en zijn familie terug naar hun dorp. Ze probeerden het huis weer op te bouwen. Maar toen werd het dorp opnieuw aangevallen, nu nog erger dan voorheen. 'Mijn vader was op dat moment niet bij ons. Als oudste zoon moest ik daarom tijdens de aanval voor mijn moeder, twee zusjes en mijn jongere broertje zorgen. Dat is mijn plicht'

 Nachtmerries
Moussa heeft elke week dezelfde nachtmerrie. Hij droomt dat hij voor het raam van zijn huis staat, en dat iemand van het dak komt en hem vermoord. Ook denkt hij vaak nog terug aan de oorlog, en dat zijn jongere zusje dan huilde tijdens aanvallen. Hij mist zijn huis en vooral zijn school. 

 Geen geld voor school
Tijdens de oorlog ging Moussa wel naar school, afhankelijk van de gevechten of veiligheidssituatie. Soms ging hij een dag naar school, en dan weer tien dagen niet. 'Nu kan ik helemaal niet meer naar school. Het is te duur. Ik heb mijn boeken uit Syrië en mijn schooluniform meegenomen. Zodra ik de kans krijg, ga ik weer naar school. Moussa wil ook werken om geld te verdienen, want ze kunnen niet rondkomen in Libanon. 'Ons huis kost 300 dollar, en mijn vader verdient maar 500 dollar. Het is dus onmogelijk om hier te leven. Ik wil daarom werken, maar dat vindt mijn vader niet goed. Toch voel ik me een man, en voel ik dat ik het kan.'

HELP KINDEREN ZOALS MOUSSA. DONEER NU.