Help Kosovo door zijn puberjaren

Het is vandaag precies tien jaar geleden dat Kosovo eenzijdig zijn onafhankelijkheid uitriep. Daarmee is het na Zuid-Soedan het jongste land ter wereld. Bij het volwassen worden komt veel kijken, dat ondervindt Kosovo nu zelf ook. Het puberale tijdperk breekt straks aan voor Kosovo en dus moet de internationale gemeenschap het nauwlettend in de gaten houden, maar ook steunen daar waar nodig.

Schril contrast

De nationale jubelstemming in de straten van de hoofdstad Pristina en ver daarbuiten na de onafhankelijkheid in 2008 stonden in schril contrast met de zorgen van de internationale gemeenschap. De wereld was verdeeld. Nederland was een van de eerste landen die Kosovo erkende. Op dit moment staat de teller op 115. Landen en instellingen als Rusland en de Verenigde Naties hebben dit (nog) niet gedaan. Ieder met zijn eigen politieke en binnenlandse afwegingen.

In de directe periode na de onafhankelijkheid volgden nog enkele geweldsuitbarstingen, maar de afgelopen tien jaar kenmerkten zich voornamelijk door een relatieve rust en weinig etnische incidenten. Dat is goed nieuws voor het land dat in 1998 nog het heftige strijdtoneel was van een bloedig conflict tussen de Albanese Kosovaren en de veiligheidstroepen van de Servische leider Slobodan Milosevic. Uiteindelijk keerde - mede na ingrijpen van de NAVO – in juni 1999 de rust terug. Er vielen naar schatting ruim 10.000 doden en bijna 1 miljoen mensen sloegen op de vlucht. Onder hen vele kinderen die vaak heftige dingen hebben meegemaakt en gezien.  

Terug naar Kosovo

De afgelopen dagen verbleven wij in Kosovo, ieder met een eigen programma en ontmoetingen. Maar van zowel lokale oud-collega’s van War Child (de organisatie werkte in Kosovo van 1999 – 2007) als van hooggeplaatste (internationale) functionarissen kwam een vergelijkbaar verontrustend beeld naar voren. Ondanks de positieve energie die er heerst, maken velen zich grote zorgen. Wij delen die zorgen.

Kosovo kenmerkt zich momenteel door een grote mate van corruptie, een gebrek aan economische hervormingen en te weinig opening naar zijn regio. De relatie met Servië is een zeer heikel punt. De Europese Unie heeft vorige week haar nieuwe strategie voor de Balkan, inclusief Kosovo, bekendgemaakt. Wil het land op den duur – de EU spreekt niet van een concreet aantal jaren – kans maken op lidmaatschap dan moeten de relaties met buurland Servië op z’n minst genormaliseerd zijn.

Werk aan de winkel

De dialoog tussen beide landen levert nog geen echte concrete doorbraken op, al is het openen van de grenzen een goede stap in de richting. Maar verzoening en normalisatie lijken nog ver weg. Een belangrijke rol daarin zou moeten liggen voor de oppositiepartijen in beide landen, maar ook het maatschappelijk middenveld, academici en NGO’s pakken het nauwelijks op. Daarentegen heeft de EU zelf ook te weinig inspanningen gedaan, omdat het andere prioriteiten had de afgelopen jaren op het gebied van onder meer de buitengrenzen en de vluchtelingencrisis. Er is dus nog ontzettend veel werk aan de winkel. 

Een eigen toekomst vormgeven

Het tienjarige kind Kosovo zal snel gaan puberen in zijn huidige postconflicte staat. Het moet daarom structuur krijgen – een goed functionerende overheid, minder corruptie - waardoor het zich in de juiste stabiele richting gaat ontwikkelen. Het is net als met een oorlogskind dat volwassen moet worden. Daar hoort huiswerk maken bij, leren omgaan met geld en je eigen plek ten opzichte van de wereld om je heen te begrijpen. Je wilt niet je kind foute vrienden krijgt en in herhaling valt. Daar hoort dan wel ook onze plicht bij om de Kosovaren te helpen hun eigen toekomst vorm te geven, zodat het een na jongste land ter wereld evenwichtig volwassen kan worden. 

Door Pieter Feith (werkte als Internationaal Civiel Vertegenwoordiger in Kosovo) en Peter Schouten (woordvoerder van War Child). 

Hier werkt War Child nu