Kili-Challenger Jennie

"Stapje voor stapje zijn we naar boven gegaan; pole pole. Geleefd van soep, pap en lunch boxjes. Veel emoties en verhalen met elkaar gedeeld. Genoten van het uitzicht en de schone en mooie natuur van de Kili. Als ik nu in Nederland mijn ogen sluit ben ik keer op keer terug op de Kilimanjaro."

‘Dit beeld ga ik nooit meer vergeten’

“Zeven dagen heb ik op deze meest fantastische berg doorgebracht, met mooie mensen en topgidsen!”, vertelt Jennie de Weerd (31). Ze is locatiemanager bij Mountain Network in Heerenveen. In haar vrije tijd maakt ze muziek en zingt ze. 

Begin 2016 heeft ze met een groep van 26 mensen de Kilimanjaro beklommen. “Stapje voor stapje zijn we naar boven gegaan. Pole pole, dat betekent ‘langzaam, langzaam’ in het Swahili. Onderweg deelden we veel emoties en verhalen. En ik heb genoten van het uitzicht en de mooie natuur van de Kili”. 

Terug op de Kili

“Als ik nu mijn ogen sluit ben ik terug op de Kilimanjaro. In gedachte loop ik weer langs de mooie bloemen en planten. De grote verschillen in vegetatie rond de Kilimanjaro zijn verbazingwekkend. Zoals de uitgestrekte groene bossen met baardmos aan de takken. Weer voel ik de vochtigheid en zie ik de zon langs de bomen naar beneden schijnen. Even later sta ik in het mooie maanlandschap waar het groen langzaam verdwijnt en grote donkere mistbanken ons achtervolgen. Alsof ik in een ‘Lord of the Rings’-film leef.

Kippenvel en dankbaarheid

Om me heen hoor ik de Afrikaanse muziek. Ik hoor gidsen en dragers zingen. Iedere ochtend staan ze klaar om zingend met ons op pad te gaan. Kippenvel en gevoel van dankbaarheid overvallen mij. De vrolijke noten en het enthousiaste gezang geven mij een positief gevoel. Deze liedjes ga ik nooit meer vergeten! Ik raak enorm geïnspireerd om weer eigen nummers te schrijven. En ik voel een nieuwe droom opborrelen: een lied schrijven met deze gidsen. Wat een mooie droom! Het raakt me. Ik kom er weer achter hoe belangrijk muziek voor me is.

Washi washi
Op een ochtend om 6 uur hoor ik de rits van mijn tent opengaan. Ik word gewekt door een vrolijke gids die mij koffie aanbiedt. Dezelfde gids brengt om half 7 ‘washi washi’ in een emmertje, met warm water! En om 7 uur loop ik naar de grote tent voor een gebakken eitje, bacon, brood en Kili-pap.  Ik voel de immense toewijding van de gidsen, dragers en koks. Ze staan voor wat ze doen en geven alles wat ze kunnen bieden: liefde voor Afrika, liefde voor de Kilimanjaro. En toewijding om ons op de top te krijgen en weer veilig thuis te laten komen. Mijn dankbaarheid voor deze hardwerkende mooie mensen groeit met de dag.

‘Keep on smiling’

Op dag 3 zie ik de Lava Tower voor me. Ik hoef nog maar 200 meter te lopen, maar wat heb ik het zwaar. Mijn lichaam doet pijn. Ik vecht tegen de hoogteziekte: ik heb zoveel hoofdpijn dat ik constant het gevoel heb dat ik moet overgeven. Ik denk aan mijn moeder. Hoe zij vroeger met migraine probeerde te slapen terwijl ze 5 drukke kinderen om zich heen had. Ik voel ontzettend veel respect voor haar. Dat geeft de drive om mezelf verder de berg op te slepen. Achter me hoor ik gids AT zeggen: “just keep on smiling Jennie”. Met deze woorden loop ik gepijnigd, maar wel glimlachend naar boven. Op de Lava Tower laat ik een traan. Niet alleen omdat ik mezelf heb overwonnen, ook omdat ik de liefde voor mijn moeder nog nooit zo sterk heb gevoeld.

Tenten, tafels en chemische toiletjes

Ik zie de dragers zwoegend de berg op gaan. Ze sjouwen onze tenten, stoelen, tafels en chemische toiletjes. Ook emmers met eieren komen voorbij, gastanks en tonnen met water. Ze rennen omhoog, vergeleken met mij. En dat met al die kilo’s op hun rug of nek. Ik wil ze steeds bedanken. Alle Kili-Challengers hebben deze behoefte, zodat de dragers keer op keer bedankt worden voor het werk wat zij doen. Deze dankbaarheid stemt de week en laat zien wat voor groep we zijn.


De klim naar de top
Op de 6e dag vertrekken we om middernacht naar de top. Met elkaar vormen we een stoet met lichtjes. We starten op 4681m en hebben één gezamenlijk doel: de top bereiken op 5895m.
Het is -12°, maar het voelt niet erg koud. Ik ben enthousiast en tegelijkertijd ook zenuwachtig. Ik voel me niet helemaal fit. Van binnen begint er een mentaal gevecht. Is het de hoogteziekte? Laten mijn darmen me in de steek? Stel ik me aan?
Na bijna 3 uur lopen, op 5250 meter, kan ik niet meer. Ik ben kapot, mijn lichaam hapert, de lucht is koud en dun en ik ben ontzettend duizelig. Ik vertel de gids dat ik terug wil naar het kamp. Dat ik niet meer kan. Maar jemig, wat een beslissing. Ik zie de rest van de groep al verder lopen. Zij wel en ik niet. Een reisgenoot komt nog mentale steun geven, maar ik kan niet meer. Ik ga terug. Deze beslissing ga ik nooit meer vergeten. Nog maar 635 meter tot de top!

Ik draai me verdrietig om en met gids George ploeter ik in het donker terug naar het kamp. Bij elke stap voel ik ontzettend veel emoties: opluchting en trots, maar ook boosheid en verdriet. Onderweg stoppen we om te genieten van het uitzicht. Op de rots hebben we uitzicht over Tanzania en een mega heldere sterrenhemel. Ik huil in mezelf met een tevreden gevoel: dít beeld ga ik nooit meer vergeten! 

Liefde voor kinderen
War Child en de Kilimanjaro. Deze combinatie laat je teruggaan naar jezelf, laat je afwegen wat écht belangrijk is in het leven. Het laat je inzien dat je leven anders kan, of juist al onwijs mooi verloopt. Het laat je nadenken over de mensen om je heen en de liefde voor hen. Die combinatie heeft mij duidelijk gemaakt dat mijn liefde voor kinderen groot is. Dat ieder kind het recht heeft om in vrede op te groeien. Het heeft mij duidelijk heeft gemaakt dat ik volledig achter het werk van War Child sta.”

Ben je door Jennies verhaal geïnteresseerd geraakt in de Kili-Challenge? Lees dan hier meer over de Kili-Challenge.