“Wat wij meemaakten is geen actiefilm”

Op 7 en 8 oktober vond de internationale conferentie in Amsterdam plaats over psychosociale steun in oorlogs- en conflictgebieden. In aanloop hiernaar praatten wij met Haroon (20). Wat heeft hij meegemaakt, en hoe gaat het nu?
Haroon Petitiecampagne Conferentie Content.jpg

Naam: Haroon
Leeftijd: 20
Woont in: Maastricht, samen met zijn broers en ouders.

Komt uit: Kabul, Afghanistan
In Nederland sinds: 2015

Hoe ben je in Nederland terechtgekomen?

“Ik ben vier jaar geleden met mijn familie gevlucht uit Kabul, de hoofdstad van Afghanistan, samen met mijn broers, ouders en oma. Via diverse asielzoekerscentra, onder andere in Ter Apel, Nijmegen en Weert zijn we in 2016 in Maastricht terechtgekomen. Daar hebben we het erg naar ons zin. Sinds anderhalve maand hebben we een eigen huis. Ik vind het heel fijn dat de meeste mensen zo open en vriendelijk zijn en ook dat er een universiteit is. Dat vormt de stad en maakt Maastricht tot een Europese stad."

Heb je veel contact met je familie in Afghanistan?

"Mijn familie belt me vaak en ik app veel met mijn vrienden in Kabul. Door al het nieuws maak ik me veel zorgen om de situatie van mijn familie en vrienden daar. Het zit eigenlijk constant in mijn gedachten. Door social media zijn we natuurlijk altijd heel snel op de hoogte als er iets gebeurt, dat is beangstigend. Soms heb ik wel eens het idee dat ik me meer zorgen maak dan mijn familie en vrienden daar. Voor hen zijn de explosies en het geweld normaal geworden."

“Een van mijn vrienden appte me laatst: Ach, het was maar een explosie. Voor hen is het een vast onderdeel van het dagelijks leven. Maar dat is niét normaal!"
Haroon

Hoe ga je daar mee om?

“Dat vind ik moeilijk om te beschrijven. Ik hoop altijd dat iedereen veilig is... Wat het moeilijk maakt is dat we geen fysiek contact hebben, altijd is er die afstand. Daarom ga ik vaak sporten, liefst hardlopen. Dat helpt me mijn hoofd leegmaken en niet te veel na te denken over alles wat gebeurd is. Daarna voel ik me altijd wel beter. Als ik gespannen ben kan ik namelijk ook niet lezen, want dan onthoud ik er niks van. Vooral met studeren heb ik daar veel last van.

Daarnaast houd ik van praten en netwerken. Ik ben benieuwd naar andermans verhalen. Voordat ik in Nederland was deed ik dit trouwens nog niet, maar ik wil graag nieuwe ervaringen opdoen en mezelf uitdagen.”

Heb je al plannen voor de toekomst?

“Ik heb vorig jaar mijn middelbareschooldiploma gehaald in Maastricht. Dit jaar focus ik me op mijn verblijfsvergunning en wil ik mijn Nederlandse inburgering zo goed mogelijk afronden zodat ik naar de universiteit kan. Ik wil de bachelor Europese Studies gaan volgen. Ik geloof dat je alles kunt bereiken met een opleiding waar je echt enthousiast over bent: dat opent nieuwe deuren en biedt nieuwe uitdagingen.

Wat er verder allemaal nog gaat gebeuren weet ik niet, als mijn familie en vrienden maar veilig en gezond zijn, dat is het belangrijkste.”

Waarom zouden mensen de petitie volgens jou moeten tekenen?

“Het gaat me eigenlijk niet alleen om de handtekening, maar om de intentie die achter de handtekening zit.

“Heb eens een leuk gesprek met mensen die gevlucht zijn voor oorlog. En vergelijk deze mensen dan eens met jezelf of met je (klein)kinderen. Wat zijn dan de verschillen?"
Haroon

Ik denk dat je om elkaar beter te begrijpen ook méér met elkaar moet communiceren. De verschillen die je dan opmerkt, dát is het besef. Het besef dat veel mensen die gevlucht zijn dingen hebben gezien die liever niemand wil zien. Zoals lichaamsdelen van mensen die zijn opgeblazen door een explosie. Dat is geen actiefilm, maar iets wat we echt hebben meegemaakt! Dan zal je ook beter begrijpen wat mensen getraumatiseerd door oorlog dagelijks doormaken, ook als ze veilig zijn.

Ikzelf kijk bijvoorbeeld niet graag naar nieuwsvideo's op social media. Ik kan er niet van ontspannen, maar raak ervan in de war. Ook heb ik heb mezelf getraind om met een soort filter naar het nieuws of films te kijken zodat ik niet continu geconfronteerd word met gruwelijkheden.”

Wat tussen je oren gebeurt, is niet zichtbaar, hoe kunnen we dat toch zichtbaar maken?

Fysiek hebben ik en vele andere asielzoekers alles: een huis, kleren, alles wat we nodig hebben. Maar mentaal, van binnen, is er iets kapot, en dat moeten wij meestal uitleggen. Pas dan begrijpen mensen dat sommige dingen wat langzamer gaan, of meer moeite kosten. Mensen zien asielzoekers vaak als mislukkelingen die niks doen of niks meer willen. Dat is een eenzijdig beeld.

In het begin toen ik hier kwam was het wel een cultuurshock, alles was zo anders. Ander eten, andere gebruiken, een andere cultuur. Maar met de hulp van familie en nieuwe vrienden is het gelukt hier een nieuw thuis te maken en geloof ik dat andere mensen die gevlucht zijn dat ook kunnen. Zolang je maar eerlijk en open met elkaar communiceert en af en toe wat hulp krijgt. Dan is het aanpassen voor de meeste mensen echt niet zo’n probleem.”