Wat vluchten doet met een kind

Wereldwijd groeien 250 miljoen kinderen op in oorlog, of zijn hiervoor op de vlucht. Zij worden dagelijks geconfronteerd met verschrikkelijke ervaringen. Velen hebben familieleden en vrienden verloren en zijn geregeld slachtoffer van verwaarlozing, uitbuiting of misbruik. Ze kunnen niet anders dan vluchten. Gevluchte oorlogskinderen maken veel heftige momenten mee in het land van herkomst, tijdens het vluchten en in het nieuwe land waar ze terecht komen. De angst, verdriet en stress van gevluchte oorlogskinderen stapelt zich op. Ervaringen die ze niet altijd op eigen kracht kunnen verwerken.

Veiligheid ken je al lang niet meer. Niet in je omgeving of in je hoofd. Elke dag hoor je bommen vallen en zie je mensen doodgaan. Je kan niet naar school, want dat is te gevaarlijk. Een veilige plek om te spelen heb je niet. Je bent bang, verdrietig en onzeker. Is vandaag de dag dat de kogels en bommen jou of jouw familie raken? 

  
Op de vlucht

Het geweld komt te dichtbij, en dus moet je vluchten. Samen met je ouders, als die er nog zijn. Wekenlang ben je onderweg. Op zoek naar veiligheid. Te voet. Door hoge bergen en langs gevaarlijke grensposten. Je moet onder prikkeldraad doorkruipen, wordt ziek onderweg en raakt bijna je broertje kwijt.

De laatste twintig jaar is het aantal vluchtelingen dramatisch gestegen. De helft van hen is kind. In één decennium vluchtten 9,9 miljoen kinderen naar een ander land; 19 miljoen kinderen moesten binnen hun eigen land vluchten. Deze kinderen kunnen niet anders. Ze zijn bang en verdrietig. Dat geldt ook voor hun ouders. Weken, maanden of soms jarenlang leven ze op de vlucht en in onzekerheid. Veel kinderen raken hun ouders kwijt, door een ongeluk of als middel van de ouders om het kind in veiligheid te brengen.

Tweede drama

Aangekomen op je bestemming ben je soms, maar lang niet altijd veilig. Je bent nog steeds bang, verdrietig en onzeker. Elke nacht heb je nachtmerries. Voel je hoe de ramen en deuren van je huis trilden als er weer een bom viel. Zie je opnieuw mensen op straat doodgeschoten worden. En dan de angst of je mag blijven, of je geaccepteerd wordt in je nieuwe omgeving, of je vrienden maakt… Allerlei onzekerheden die ook zorgen voor stress. Deze periode wordt ook wel ‘het tweede drama’ genoemd.

Mentale effecten

Het gebrek aan stabiliteit, en de emotionele stress die gevluchte oorlogskinderen hierdoor ervaren, staat hun ontwikkeling in de weg. Mark Jordans, hoofd Research & Development bij War Child, is gespecialiseerd in psychosociale hulp aan en mentale gezondheid bij oorlogskinderen. ‘Aan de hand van het vertoonde gedrag zien we wanneer het niet goed gaat met een kind. Het kind kan agressief zijn en meer willen vechten dan normaal. Het kind kan ook heel teruggetrokken worden, of plots weer in bed plassen. Oorlog heeft een directe impact op het leven van kinderen. Op de lange termijn kan emotionele stress zelfs leiden tot depressie of angststoornissen.

Weer kind zijn

War Child helpt wereldwijd oorlogskinderen hun ervaringen te verwerken. Zodat ze weer voelen hoe het is om kind te zijn. In het conflictgebied zelf of net daarbuiten. "Vele kinderen hebben ondersteuning nodig. De een meer dan de ander. Ze lopen kans om ernstige problemen te ontwikkelen," aldus Mark. Voor deze kinderen is het ontzettend belangrijk om een veilige plek te hebben, waar zij weer kind kunnen zijn. War Child helpt hen hier met het versterken van vaardigheden die ze in hun dagelijkse leven kunnen gebruiken. Mark legt uit: "Ze leren vriendschappen opbouwen en omgaan met stress. Dat geeft kinderen weer houvast en vertrouwen. Want kinderen zijn uiteindelijk erg veerkrachtig, maar hebben wel dat duwtje in de rug nodig."